You are here

Asbest

Asbest is de verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die zijn opgebouwd uit fijne vezels. De naam asbest komt van het Griekse woord “asbestos” dat onverwoestbaar of onvergankelijk betekent. Een juiste naam voor dit mineraal, omdat asbest bestand is tegen zuren, logen en hoge temperaturen. Asbest is sterk en flexibel tegelijk, slijtvast en thermisch, elektrisch en geluidsisolerend. In vergelijking met synthetische vezels (Man Made Mineral Fibers) is asbest een goedkope grondstof. Asbest wordt gewonnen uit gesteente, waarbij dit gesteente wordt verkleind. Hierbij komen de asbestdeeltjes vrij.

Tussen 1940 en 1993 is in Nederland heel veel asbest toegepast in de bouw. Voorbeelden zijn: asbestcement, onderlagen van vloerbedekkingen, kitten, betonlijmen, verven en dakbedekkingsbitumen. Bovendien is het veel gebruikt voor brandisolatie en ter bescherming tegen hitte. Daarnaast is asbest veelvuldig toegepast in apparaten, transportmiddelen, constructies en installaties (broodroosters, schepen, auto’s, vrachtwagens, treinstellen, wegen en liftinstallaties.

Analyses
Voor de analyse van een monster op de aanwezigheid en concentratie van asbest zijn vier microscopische technieken beschikbaar:

  • Stereomicroscoop: de stereomicroscoop wordt gebruikt voor een eerste visuele screening van de asbestverdachte materialen. Bij een vergroting van 5 – 60 maal wordt gekeken of het materiaal vezels bevat, die mogelijk asbest kunnen zijn. Na de identificatie wordt een schatting gemaakt van de hoeveelheid asbest (m/m%).

  • Polarisatiemicroscoop: met de polarisatiemicroscoop kan in een groot aantal gevallen worden vastgesteld of een verdachte vezel inderdaad asbest is. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van optische eigenschappen van asbestvezels als brekingsindex, dubbelbreking, dispersie en het gedrag in gepolariseerd licht. Er wordt gewerkt met vergrotingen tussen 100 en 500 maal.

  • Fasecontrastmicroscoop: met behulp van de fasecontrastmicroscoop kunnen vezels worden geteld. De techniek wordt gebruikt om vezels te tellen op luchtbemonsterde filters.

  • Elektronenmicroscoop: met de elektronenmicroscoop kan een zeer sterke vergroting van vezels worden gemaakt (tot > 25.000 maal). In combinatie met röntgendiffractie kan worden vastgesteld uit welke elementen de aangetroffen vezel bestaat. Hierbij wordt gekeken naar Si, Mg, Fe,Ca, Na, Mn en Al en in het bijzonder naar hun onderlinge verhoudingen, die karakteristiek zijn voor een bepaalde asbestsoort.

    ALcontrol Laboratories werkt volgens de volgende normen:

  • ontwerp-NEN 5707 (grond- en waterbodemmonsters): als in de fractie > 4 mm niet-hechtgebonden asbestmaterialen worden aangetroffen, dan is het verplicht de kleinste fractie (deeltjes <500 micrometer) te onderzoeken.

  • ontwerp-NEN 5896 (monsters van materialen): aantonen en identificeren van asbest met behulp van stereo- en elektronenmicroscopie. Bij twijfel is eventueel identificatie met behulp van elektronenmicroscopie mogelijk.

  • ontwerp-NEN 5897 (bouw- en sloopafval en puingranulaat): als in de fractie > 4 mm niet-hechtgebonden asbestmaterialen worden aangetroffen, dan is het verplicht de kleinste fractie (deeltjes <500 micrometer) te onderzoeken met de elektronenmicroscoop.

ALcontrol beschikt over alle genoemde microscopen en is daarom in staat alle (door RvA geaccrediteerde!) analyses geheel conform de daarvoor geldende NEN-normen uit te voeren.

 

Veiligheidsmaatregelen: aanleveren ASBESTMONSTERS